Meisjes

‘Weet je wel dat jij een ontzettend leuke jongen bent?’ Ze sloeg haar armen om zijn nek en drukte haar lichaam tegen hem aan. Op een paar meter afstand, aan de rand van de dansvloer, zag hij zijn vrienden die het tafereeltje lachend gade sloegen.

‘Nee echt, je bent zo ontzettend leuk! Weet je dat wel?’
‘Euh…….?‘
Hij wist even niets meer.
Het meisje dat een paar hoofden kleiner was, moest zich strekken om haar vingers achter zijn hoofd te kunnen verstrengelen. Hij voelde hoe haar lichaam zich daardoor meer en meer tegen het zijne drukte. Het zweet brak hem uit. Hoewel hij zich vaak had voorgesteld hoe het zou zijn om zo dicht tegen een meisje aan te staan, voelde hij zich allesbehalve op zijn gemak nu de droom werkelijkheid geworden was.

Hij had zich veel voorgesteld, maar niet dat hij hier zó zou staan met dít meisje terwijl zijn vrienden op enige afstand geen moeite deden hun plezier te verbergen. Ze zouden het geheel ongetwijfeld van commentaar voorzien, maar dat kon hij door de muziek die uit vier speakers in de hoeken van de zaal schalde, gelukkig niet horen. Hun reactie was een probleem voor later. Eerst het meisje.

‘Kom nou, ik vind je zo ongelooflijk leuk!’
Tijdens de pauzes op school liep ze elke dag met dezelfde vriendin een rondje om het gebouw. Misschien lag daar de oorsprong van het verhaal dat over haar de ronde deed; ze zou op meisjes vallen. Op dit moment, met haar armen om zijn nek wenste hij dat ze inderdaad op meisjes zou vallen. Wat te doen? Ze keek verlangend naar hem op, maar hij was echt niet van plan haar te kussen. Hij was niet gek! Het was een heel leuk meisje, maar zijn vrienden hadden inmiddels voor weken gespreksstof verzameld. Voor geen goud zou hij hen aan meer helpen.

‘Buig nou een beetje naar me toe. Ik kan er niet bij.’ Dat had hij ook al gemerkt. Een hele geruststelling.
Meisjes, zoals elke jongen van zijn leeftijd was hij er veel mee bezig. Maar deze bezigheden speelden zich tot dit moment enkel in zijn hoofd af.

In de ‘Tina’, het blad dat elke week voor zijn zus op de mat viel, stond een strip over een jongen die zo mogelijk nog onhandiger was waar het meisjes betrof. ‘Eduard en Emily’. Elke week één pagina plezier om het gestuntel van Eduard rond het meisje van zijn dromen, Emily. Elke week de enige pagina die híj ook las omdat het zo herkenbaar was.

‘Ik vind je al zo ongelooflijk lang leuk!’
Natuurlijk was er ook in zijn leven een Emily. Het was, hoe kon het ook anders, het mooiste meisje van de school. Haar lange blonde haar gaf haar een engelachtige uitstraling. Elke jongen op school zou alles over hebben gehad voor een beetje aandacht van haar. De Eduard van dit verhaal wist één ding zeker: bij haar was hij kansloos. En mocht dat niet zo zijn; er was een voor hem onneembare barrière.

Een één op één contact met een meisje begon onvermijdelijk met een gesprek. In zijn geval zou het al een meevaller zijn als er een gestotterde reeks oerklanken uit zijn mond zou komen op het moment dat hij ooit tegenover haar zou komen te staan. Nee, contact met haar was alleen om die reden al allesbehalve wenselijk.

‘Zijn Emily’ zat vóór in het klaslokaal in de rechterrij bij de deur. Hij zat achterin aan het eind van de linkerrij bij het raam. Elke les weer zat ze half naar hem toegewend, de rug naar het bord, het blonde haar stromend langs de arm waarop haar hoofd rustte en staarde hem aan.
Hij wist het echter zeker; ze keek naar de verdroogde vetplant in de vensterbank naast hem. Ze keek naar de boeken op de lage, grijze kasten achter hem. Haar starende blik moest wel gedachteloos langs hem heen naar buiten dwalen, waar achter de hoge ramen nog net de toppen van twee bomen te zien waren.
Hoe overduidelijk ze ook naar hem keek; het was ondenkbaar dat dit meisje hém leuk zou kunnen vinden. Hij moest het wel geloven, omdat elk geloof in haar benaderbaarheid hem voor het probleem van de eerste uit te wisselen woorden zou hebben gesteld.

Maar nu was er dus geen twijfel mogelijk, geen ontkomen meer aan: hier was een meisje dat hém leuk vond! Niet de blonde schoolgodin, maar toch een erg leuk meisje.
Vertwijfeld deed hij het enige dat in hem op kwam. Het enige naast kussen, maar dat was, met zijn vrienden lachend in de buurt, geen optie. En dus kietelde hij haar in de hoop dat ze los zou laten.

‘Waarom kietel je me nu? Hou op! Ik kan daar niet tegen. Zo moet ik je loslaten’. Hij zag al uit naar dat moment, maar zo makkelijk gaf ze niet op. Ze kronkelde langs zijn lichaam waardoor hij zich nog meer bewust werd van haar vormen. Zouden zijn vrienden het geloven als hij ze zou vertellen dat hij rood was geworden door de warmte? Alles onder controle, maar jongens wat is het hier heet!
Eindelijk verslapte haar greep, waardoor hij zich weer op kon richten uit zijn lichtelijk gebogen houding, gevolg van haar gewicht aan zijn nek.

‘Wat was dat nu? Ze vond je leuk man. Jij bent gek. Waarom liet je haar lopen?’ Zijn vrienden sloegen hem lachend op de rug en vormden een kring om hem heen. Grijzend keek hij hen aan. Hij wist dat stoere praat niet serieus genomen zou worden.
Wijselijk deed hij er het zwijgen toe. In zijn hoofd echoden haar woorden nog na:
‘Weet je wel dat jij een ontzettend leuke jongen bent?’