Briefjes

‘WEIGEREN? WEIGEREN? WIJ zijn geweigerd. Dáár moeten we het over hebben!’
Sprak ze nu in meervoud over zichzelf?
Buurvrouw en buurman hadden de afgelopen jaren meerdere keren het contact met haar verbroken. Elke keer weer na een herhaling van zetten eindigend met de op de buurman gerichte woede van Foekje.
De voorgaande keren had het echtpaar na verloop van tijd, door medelijden bewogen, telkens weer het contact met haar hersteld. Haar kinderen wilden haar immers niet meer zien, de buren aan de andere kant hadden al jaren ruzie met haar, kortom; ze stond er zo goed als alleen voor.
Enkel de overburen hielden het nog met haar uit. Maar ja; hij was ook zo ongelooflijk sympathiek! Hij had namelijk een niet ongevaarlijke hartkwaal. Zo’n lieverd! Een man die elk moment het loodje kon leggen; wat een schat was het toch.

Buurman had Foekje een ochtend in de tuin geholpen. Nog nooit had hij zoveel warmte van haar mogen ontvangen. Ze werd zelfs handtastelijk. Zijn rug deed, toen hij weer naar huis liep, pijn van het constante geklop en gewrijf. De opluchting was groot: een langdurig contact zonder onvriendelijkheden. Bovendien had hij door haar te helpen ongetwijfeld enig krediet opgebouwd. De komende weken, misschien zelfs maanden was hij veilig.

Op het dwingende rinkelen van de bel volgde vrijwel onmiddellijk het gebonk van haar wandelstok tegen de deur. Geen twijfel mogelijk: volgens Foekje was het krediet binnen vierentwintig uur verbruikt. Voor hij de deur opende schoot buurman nog even de jas aan die hij zojuist had uitgedaan.
‘Hallo Foekje. Sorry, ik stond op het punt om weg te gaan. Ik moet werken’. Helaas, dat moest maar even wachten. De buurman had zich gisteren schandalig gedragen. O echt? Wanneer dan? Hoe dan? Er zat, zoals altijd geen enkele logica in haar verhaal. Na meerdere pogingen om een normaal gesprek te beginnen vond buurman het tijd worden uit te vinden wat Foekjes topsnelheid zou zijn. Resoluut wees hij haar de deur. Zwaaiend met haar stok schreeuwde ze; ‘Dat heb ik nog nooit meegemaakt! En dat van iemand die les geeft aan kinderen!’ Buurman kon het niet laten haar erop te wijzen dat dat nu juist de ergsten zijn. Zelf was ze namelijk gepensioneerd onderwijzeres.

‘Ik word helemaal depressief van die boom van hen, maar ze willen hem niet weghalen. Dat is natuurlijk hun goed recht, maar dan wil ik wel dat jij deze boom in míj́n tuin weghaalt’ hoorden ze haar aan de andere kant van de schutting zeggen. In de stem die antwoordde herkenden ze de man die ook bij hen de tuin verzorgde. ‘Zou je dat nu wel doen Foekje? Dat is een prachtige, gezonde boom.’ Maar Foekje moest wel. De buren werkten immers niet mee hoewel zij besloten had dat er een boom moest sneuvelen. Dan maar een exemplaar bij haar in de tuin.

De boom zou uiteindelijk de dans ontspringen. Nog voor de bijl aan de wortel gezet kon worden drong het tot Foekje door dat ze iets over het hoofd had gezien. Iets dat ze met de beste wil van de wereld niet ongestraft kon laten: de tuinman was, zoals het woord al zegt, een mán. Toen goed en wel tot haar was doorgedrongen wat daarvan de consequenties waren (ze herinnerde zich direct een behoorlijk aantal foute keuzes van de man m.b.t. het onderhoud van haar tuin), werd de goeiige groenverzorger op het matje geroepen om verantwoording af te leggen.

Tijdens zijn middagpauze nam hij plaats in het beklaagdenbankje. Foekje, de goedheid zelve, wilde hem de kans geven e.e.a. uit te leggen, maar ze wist eigenlijk op voorhand al dat hij er niet mee weg zou komen; het bleef immers een man!

Doordat er tussen de buren en Foekje in de toekomst geen contact meer zou zijn, zou haar stem over de schutting het enige hebben moeten zijn dat het echtpaar nog van haar zou vernemen. Bovendien had ze inmiddels zo goed als iedereen weggejaagd waardoor er nauwelijks iemand overbleef waarmee ze zou kunnen praten. Lekker rustig dus.

Zou je denken. Foekje bepaalde zelf wel wat ‘geen contact’ in zou gaan houden. Aanvankelijk bleef ze de pakketpost aanpakken als de bezorger de buren weer eens niet thuis trof. Dat de buurman haar vroeg te weigeren de post aan te pakken viel niet in goede aarde. ‘Weigeren? Weigeren? Wij zijn geweigerd. Daar moeten we het over hebben!’

Foekje kon maar moeilijk omgaan met het gegeven dat zíj niet degene was die bepaalde of er al dan niet contact met de buren zou zijn. Ze zocht en vond een achterdeurtje; minstens één keer per week vonden de buren vanaf het moment dat ze het contact hadden verbroken briefjes met instructies op de deurmat. Dingen als: ‘Gelieve tijdens het koken de ramen te sluiten, zodat etensluchtjes niet naar buiten waaien. Ik heb daar last van als ik buiten zit. Foekje’. Of ‘Het bladrooster op de afvoer van mijn dak is eraf gewaaid. Graag even terugzetten.’ Wat de buren betrof kon Foekje het dak op. En als ze daar dan toch was kon ze mooi zelf het rooster terugzetten.

Op een ochtend lagen er twee brieven. Eén voor hem en één voor haar. De buurvrouw werd de hemel ingeprezen. Zij hield het al jaren uit met haar man. Ze moest bij gevolg wel een engel zijn. Als hij er niet was geweest waren Foekje en de buurvrouw ongetwijfeld hartsvriendinnen geworden. Zijn brief bleek, geheel volgens verwachting, minder positief. Maar bij alles wat er aan hem niet deugde had Foekje toch nog één positief puntje gevonden: zijn vrouw.

Daar klepperde de brievenbus weer. Buurman pakte de enveloppe van de mat en liep naar het kamerraam. Foekje was nog bezig met de laatste meters van het tuinpad. Triomfantelijk keek ze de buurman aan. Een mooie gelegenheid om haar duidelijk te maken dat ze inmiddels gestopt waren met het lezen van haar brieven. De ongeopende enveloppe op ooghoogte houdend scheurde hij deze doormidden. Foekje begreep de niet zo subtiele hint en haar reactie zorgde ervoor dat de buurman toch nog te weten kwam wat er in de brief had gestaan.
Haar pas versnelde, de stok tikte in een steeds hoger tempo en met meer kracht op de tegels van het tuinpad. Kromgebogen sprintte ze naar drie met klimop begroeide zuilen in de tuin en begon eraan te rukken. Na de door een boom aan de ene kant van het huis veroorzaakte depressie werd ze nu blijkbaar agressief van de groene zuilen aan de andere kant.
Ik weet het natuurlijk niet zeker, maar ik vermoed dat de buurman wel genoten heeft van dit schouwspel in zijn tuin.